Meer aanbod fritesaardappelen bundelen
De mondiaal groeiende vraag naar frites en andere aardappelproducten leidt niet zomaar tot een betere opbrengstprijs voor telers. Wat kan beter?
Klimaatverandering en een extreem droog en warm seizoen zijn uitdagingen voor de totale aardappelketen om contracten en marktrisico’s voor de nabije toekomst te heroverwegen. Dat stelt de NEPG, de organisatie van Noordwest-Europese aardappeltelers.
De aardappeloogst 2018 in Wallonië. Meer nog dan in Nederland ondervinden telers er de nadelen van vaste contracten –
De oogst van consumptieaardappelen in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië valt dit jaar met 23,5 tot 24 miljoen ton 18% lager uit dan vorig jaar. Het vijfjarig gemiddelde is 8% lager, terwijl het totale areaal consumptieaardappelen in deze landen de afgelopen 5 jaar met 90.000 hectare – ofwel 8,4% – is gegroeid.
Dit jaar pakt de combinatie van contractteelt en droogte voor veel telers slecht uit. Ze beuren een gemiddelde prijs, maar hebben weinig aardappelen. Extra aardappelen – om tegen de actuele topprijs te verkopen – hebben ze niet.
Zowel in Nederland als in de EU is beleid in de maak om de onderhandelingspositie van boeren te verbeteren
Daartegenover staat een mondiaal groeiende vraag naar aardappelproducten. Volgens de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) heeft de Europese verwerkende industrie de komende vijf jaar 1,9 miljoen ton extra fritesaardappelen nodig. Dat is de opbrengst van 30.000 hectare.
Wat telers ook in de kaart kan spelen, is dat zowel in de EU als in Nederland beleid in de maak is voor verbetering van de onderhandelingspositie van boeren. Qua bundeling van aanbod mag er meer.
Fritesaardappel met doorwas door droogte en hitte. Extreem weer tast in toenemende mate de rentabiliteit van de aardappelteelt aan
Telers nog te veel individuele aanbieders
Voor een deel van de telers laat de marge van consumptieaardappelteelt te wensen over. Belangrijke oorzaken zijn een structureel te groot Europees areaal consumptieaardappelen, productievere rassen en een gebrek aan organisatie bij producenten.
Telers acteren nog steeds als individuele aanbieders van aardappelen en dat leidt niet altijd tot goede opbrengstprijzen. Bij extreme weersomstandigheden werken de voorwaarden van het vaste prijscontract in het nadeel van de aardappelteler.
De vraag is hoe het beter kan. Boerderij vraagt het aan een aantal deskundigen in de sector: Victor Phaff, Bert Timmermans, Hylke Brunt, Dirk de Lugt en Keimpe van der Heide.
‘Risico’s gezamenlijk dragen voor duurzame teelt’
Victor Phaff is secretaris van de North Western Potato Growers –
“Export van consumptieaardappelen vanuit Noordwest-Europa zit in de lift. Net als de afzet van verwerkte aardappelproducten. De grondstofbehoefte bij aardappelverwerkers neemt toe; de laatste vijf jaar steeg die met 30%. Evengoed blijven alle risico’s van A tot Z voor rekening van telers.
Verwerkers tekenen verkoopcontracten tegen afgesproken vaste prijzen, waarbij ze ook vaak pootgoed kopen van hun afnemers. Hiermee hebben verwerkers grip op het pootgoed.
Samen risico's dragen
In onderhandelingen met afnemers opereren telers op zichzelf waarmee zij in de aardappelverwerkingsketen verhoudingsgewijs erg veel risico lopen. Die risico’s moeten meer in de gehele keten worden gedragen. Om de marge van telers te verbeteren, is het nodig om contracten en marktrisico’s te heroverwegen.
Het is belangrijk dat telers en verwerkers op Europees niveau met elkaar praten. Wij stellen de Copa Aardappelwerkgroep van de EU voor om besprekingen aan te gaan met Europatat (European Potato Traders Association) en EUPPA (European Potato Processors Association). Het draait om een goede samenwerking tussen telers en verwerkers; samen risico’s dragen.”
‘Areaal beheersen: beter voor bodem en markt’
Bert Timmermans is voorzitter van de aardappelcommissie Verenigde Telers Akkerbouw (VTA)
“In Nederland zitten we al boven het areaal dat geschikt is voor consumptieaardappelen. We moeten het areaal beheersen. Dat is goed voor bodem, prijs en markt. Het is moeilijk te regelen in een vrije markt, maar ik spreek telers graag aan op hun eigen verantwoordelijkheid.
Aardappelteelt op te droogtegevoelige zandgrond of op laaggelegen, natte gronden en in te krappe bouwplannen is erg risicovol. Zeker bij weersextremen, waarbij de voorwaarden van contracten erg nadelig uitpakken voor telers.
Telers kunnen dan beter graan telen dan een grote scheur in de broek oplopen door risicovolle aardappelteelt op marginale gronden. Bij veel landhuur zie je de aandacht voor de bodemvruchtbaarheid verslappen. Op de lange termijn is dat niet goed voor de bodemgezondheid; meer bodemgebonden ziektes.
Krachtenbundeling aan telerszijde
Het is duurzamer om alleen aardappelen te telen op geschikte grond. Dat levert ook eerder de gewenste opbrengst en kwaliteit op waarmee telers een beter rendement halen.
Het belangrijkste is nadenken over een strategie voor het gehele akkerbouwbedrijf. Met minder aardappelen telen en een groter aandeel vrije teelt houden telers zelf meer de regie. Ze lopen dan veel minder risico.
Krachtenbundeling aan telerszijde in de afzet is ook een optie. Maar dat lukt alleen als telers het zelf willen. In de praktijk blijkt het lastig om alle kikkers eensgezind in de kruiwagen te houden.”
‘Collectief werken aan afdekken opbrengstrisico’s’
Hylke Brunt is secretaris van de Vereniging Aardappelverwerkende Industrie (VAVI)
“Als vertegenwoordiger van afnemers van consumptieaardappelen – bestemd voor aardappelverwerking – neem ik signalen van telers zeer serieus. Er is veel financiële pijn. Die is deels veroorzaakt door extreme groeiomstandigheden waar wij als verwerkende schakel ook negatieve gevolgen van ondervinden.
Aan de structurele oorzaken van de malaise willen we wat doen. Immers, wij zijn – net als telers – gebaat bij grondstofzekerheid. Wij voeren op dit moment een open en volwassen gesprek met boerenbestuurders over de lange-termijnsamenwerking tussen leveranciers en afnemers van consumptieaardappelen. Het doel: een meer toekomstbestendige aardappelketen.
Verwerkers hebben de afgelopen jaren minimaal € 100 miljoen per jaar geïnvesteerd. De concurrentie is hevig en vereist van de gehele keten dagelijks een topprestatie. Er is een wederzijdse afhankelijkheid waarbij een vitale, innoverende en investerende primaire sector van cruciaal belang is voor verwerkers.
Europese situatie volatieler en vrijer
Financiële risico’s in het competitieve Noordwest-Amerika zijn een stuk ‘gunstiger’ voor zowel leverancier als afnemer van aardappelen. Daar zijn risico’s afgedekt in een ‘landschap’ met grootschalige telers die werken met 100% beregening (irrigatie) en veel vreemd vermogen. Ook wordt sterk geleund op investeerders die voor lange termijn land verhuren.
In Noordwest-Europa is de situatie een stuk volatieler/vrijer. Daar zijn traditionele boerenbedrijven die vanwege hun kapitaalspositie risico’s moeten, willen en/of kunnen nemen.
Europese telers hebben nog een serieuze inhaalwedstrijd voor de boeg als het gaat om moderne gewasirrigatie. Waar in Noordwest-Amerika 50 ton per hectare als norm geldt, staat die in Europa serieus onder druk. Zelfs op de meest vruchtbare klei- en beregende zandgronden.We moeten collectief werken aan het wegnemen van opbrengstrisico’s. ”
‘Cosun kan voortrekkersrol vervullen’
Dirk de Lugt is voorzitter van coöperatie Cosun. Cosun is eigenaar van aardappelverwerker Aviko
“De aardappelteelt in Nederland staat voor een aantal nieuwe uitdagingen: extreme weersomstandigheden nemen toe, bodemgezondheid staat onder druk en de maatschappij stelt hogere eisen aan het gebruik van chemische middelen.
Als een sector onvoldoende winstgevend is, leidt dat tot ongemotiveerde telers. De rentabiliteit moet op orde zijn. Kostprijsverhoging moet zich vertalen in betere opbrengstprijzen. Een faire prijs is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van boeren, handel, verwerkers, retail en consumenten.
Uiteindelijk is loon naar werken de beste garantie voor een verdere verduurzaming van de sector. Een opdracht waar we gezamenlijk voor staan. Wettelijk komen er waarschijnlijk meer mogelijkheden om krachten te bundelen.
Cosun kan daarin een voorttrekkersrol vervullen. Aviko koopt aardappelen marktconform in, heeft daarnaast verschillende vormen van afzetcontracten en realiseert jaarlijks bovengemiddelde poolprijzen.
Aan elkaar verbonden
Daarnaast probeert Aviko telers voor meerdere jaren aan zich te binden, via een plus op de contractprijs. Andere verwerkers proberen zich ook zo in de markt te onderscheiden. Op dit moment vinden gesprekken plaats tussen de verschillende partijen.
Met een mondiaal sterk groeiende vraag naar aardappelproducten kan iedereen in de keten meebewegen met marktontwikkelingen en marges goed verdelen.
Veel akkerbouwers kunnen niet zomaar stoppen met de aardappelteelt. Datzelfde geldt voor de industrie en de verwerking. Je bent aan elkaar verbonden en dat vraagt om een lange-termijnsamenwerking tussen leveranciers en afnemers. Samenwerken aan oplossingen om risico’s en marges beter af te dekken.”
‘De kunst is om zoveel mogelijk gezamenlijk aan te bieden’
Keimpe van der Heide is portefeuillehouder consumptieaardappelen van der Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV)
“Ons doel is een goed inkomen voor akkerbouwers met een economisch en maatschappelijk duurzame landbouw. Als aardappeltelers hun positie willen verbeteren, kan dat alleen als ze collectief veranderen.
Verwerkers hebben graag veel aardappelen op contract. Het is de kunst voor Europese telers om aardappelen zoveel mogelijk gezamenlijk aan te bieden. Op een manier waarbij ze een eerlijke prijs krijgen voor hun product. De productiekosten moeten de basis zijn van contracten.
Na de extreem droge zomer van dit jaar is het moment daar om meer gezamenlijk op te trekken. Teler en verwerker moeten elkaar wat gunnen voor een duurzame consumptieaardappelteelt.
Krachtenbundeling moet ook op Europees niveau. Via CopaCogeca, de koepel van alle boerenorganisaties en -coöperaties in de Europese lidstaten.
Meer ruimte voor mededinging nodig
We kunnen een voorbeeld nemen aan de United Potato Growers in Amerika, die zelf het aardappelaanbod plannen en prijsafspraken maken. Om dat ook zo in Europa te kunnen organiseren, is er meer ruimte voor mededinging nodig. Daar komt schot in, maar het is nog niet wettelijk geregeld.
In het huidige GLB mogen boeren zich maar tot 5 of 10% van de relevante markt organiseren. Dit is minder dan voor toeleveranciers en afnemers geldt. Wij willen minimaal hetzelfde deel georganiseerd hebben als de industrie.”
Bron Boerderij

