Drempelwaarden CIPC langzaam afbouwen
De straks verboden kiemremmer chloorprofam (CIPC) is een middel waarvan resten lang achterblijven in aardappelbewaarplaatsen. De drempelwaarden moeten in een overgangsperiode worden afgebouwd, zegt Peter van Damme, anders komen telers …
in de problemen. De vereniging van aardappelverwerkers, Vavi, heeft in haar inkoopvoorwaarden laten opnemen dat alle akkerbouwers in 2020 hun bewaarplaats, waar in het verleden de kiemremmer chloorprofam (CIPC) is gebruikt, verplicht laten reinigen. Maar daarmee zijn we er nog niet. Er wordt al gelobbyd om alles tot een goed einde te brengen. Maar mijn zorg als teler is, wat er gebeurt als deze lobby niet slaagt. Ontstaat er dan een afschuifsysteem? Dan is de kans groot dat elke schakel in de aardappelketen opgelegde beperkingen en risico’s bij de teler neerlegt. En dat is juist niet wat we moeten willen. Waarom komt de Vavi pas in maart met een compleet beeld van mogelijkheden? Wordt dit bewust over de contractperiode heen getrokken? In het negatiefste geval pakt het achteraf duurder uit voor telers en hebben ze al een contract getekend. Het maakt de keuze om nu een contract te ondertekenen lastig. Komt er in het contract een verwijzing om dit probleem te tackelen bij verschillende uitkomsten? Stel dat de maximale residu-limieten (mrl’s) op 0,01 ppm worden gehouden, dan moet je bij wijze van spreken een nieuwe schuur bouwen om je aardappelen in op te slaan. Je mag CIPC dit seizoen nog toepassen, maar vanaf 8 oktober is het verboden. Dus volgend seizoen mag na deze datum CIPC niet meer worden gevonden. Het middel zal in de aardappelen van komende oogst niet meer worden toegepast. CIPC is een behoorlijk persistent middel. Dat houdt in dat het middel heel lang achterblijft in de bewaarcel; het middel kan tot langer dan tien jaar vrijkomen uit materialen. Poreuze materialen zoals pur, hout en beton zijn zeer lastig schoon te krijgen. Dat brengt veel onzekerheden met zich mee. Om meer onzekerheden bij telers weg te nemen, is het belangrijk dat de drempelwaardes langzaam worden afgebouw in de vorm van een overgangsperiode. Een overgangs-mrl maakt de situatie voor telers werkbaar. Zo’n overgangs-mrl kun je volgens mij ook wel toepassen bij controles of iemand CIPC heeft toegepast of niet. Met ruimere normen is de uitfasering van CIPC voor iedereen werkbaar. Dan sluiten wetgeving en praktijk beter op elkaar aan en kunnen we doorgaan met verduurzamen van de teelt. Ook zie ik nog enkele uitdagingen in verband met het toepassen van de nieuwe middelen, naast de al hogere kosten die dit met zich meebrengen. Ook de komende jaren wil ik bedrijfszekere resultaten behalen, zoals in het verleden, maar het toepassen van nieuwe middelen kost ook enige tijd voor gewenning. Dat heb je nu eenmaal niet zomaar in de vingers. De eerste jaren moeten we misschien rekening houden met het risico op extra kwaliteitsverliezen later in het seizoen. Hoe springt de industrie om met kwaliteitsverliezen door bijvoorbeeld (binnen)kiem, bakkleur en drukplekken? Komen er coulancemaatregelen in de kwaliteitsreglementen van de verwerkers? Beleidsveranderingen vanuit de politiek en samenleving zullen we samen in de sector moeten oplossen. We moeten eind januari (lees: gelijk met het contracteren) weten waar we aan toe zijn. Want een teler wil de keuze hebben om voorafgaand aan het tekenen van een contract de reële kosten inzichtelijk te hebben. Het is al moeilijk zat om een product in de natuur te produceren.
Bron: Boerderij

