Aardappelgeld is voor telers, niet voor industrie
De fritesindustrie heeft het zwaar door de coronacrisis. Het is bekend. Logisch en begrijpelijk dat deze bedrijven elke kans op wat extra geld aangrijpen. Maar nu doen ze een greep in de kas van het steunfonds voor de aardappeltelers en dat gaat gaat te ver. Die €50 miljoen zijn bedoeld voor de telers die geen afzet meer hebben voor hun (vrije) aardappelen, niet voor de industrie.
Contracten openbreken
Wat is er aan de hand? De verwerkers zitten in hun maag met gecontracteerde aardappelen van oogst 2019. De afzet is immers grotendeels weggevallen, terwijl ze wel gebonden zijn aan de contracten en de overeengekomen aardappelen moeten afnemen. Nu willen ze de contracten met de telers openbreken. Die moeten de aardappelen dan elders zien te slijten, waarbij ze compensatie kunnen krijgen van de overheid. De verwerkers vullen dit aan tot de contractprijs.
De contracten hangen de aardappelverwerkers als een molensteen om de nek
Voor verwerkers is dit vast een oplossing. De contracten hangen hen als een molensteen om de nek. En, eerlijk is eerlijk, van een failliete verwerker hoeft de teler ook geen contractprijs meer te verwachten. Toch is het niet in de haak. Dit geld is niet bedoeld voor de verwerkers maar voor de telers. Bovendien gaan deze contractaardappelen concurreren met de vrije aardappelen. Dit gaat ongetwijfeld ten koste van de compensatie voor de vrije aardappelen. En last but not least, een potje van € 50 miljoen is wel erg weinig om de fritesindustrie mee overeind te houden.
Bron Boerderij

