Belgische telers zeggen pootgoed af
Belgische aardappeltelers zeggen hun bestelde pootgoed af, waardoor een kleiner areaal wordt geteeld. In Duitsland wordt geen pootgoed afgezegd, maar zijn telers wel afwachtend om aardappelen te gaan telen.
“Wij hebben meerdere afmeldingen van telers die al pootgoed hadden besteld en toch liever tarwe of mais gaan telen”, zegt Yvo Deputter, inkoper van het Belgische Remofrit. Remo-Frit is de grootste speler voor de Belgische versmarkt. De fabriek verwerkt jaarlijks zo’n 150.000 tot 200.000 ton aardappelen. Van de aardappelen die de fritesfabriek verwerkt, is 70% Bintjes. De overige aardappelen zijn Premières, Markies en Challengers, alle voor 10%.
Krimp van 10%
“Ik schat in dat we komend seizoen een krimp van 10% krijgen in het Belgische aardappelareaal. Want ook vrije telers die vandaag de dag nog geen pootgoed hebben besteld, gaan geen aardappelen meer poten.” Voor oogst 2021 daalde het Belgische aardappelareaal al met 8% naar 89.053 hectare, blijkt uit cijfers van de Northwestern European Potato Growers (NEPG). Dat was ruim onder het vijfjarengemiddelde van 95.210 hectare.
In Duitsland wordt volgens Ferdi Buffen, directeur van aardappelhandelshuis Weuthen, geen pootgoed afbesteld. Buffen: “Wel willen boeren in sommige streken minder aardappelen zetten, omdat ze de extra grond niet gepacht krijgen. In het laatste stuk contracteren is men merkbaar terughoudend, maar het kan zijn dat telers meer aardappelen in de pool doen.”
Grote onzekerheid
De onzekerheid onder de telers is er zeker, bevestigt Buffen. Door enorme prijsstijgingen van onder andere kunstmest en energieprijzen na de start van de oorlog in Oekraïne loopt de kostprijs voor aardappelen alleen maar op. Maar agrarische producten zijn op langere termijn goedgevraagd, want voor voedselzekerheid zijn boeren nodig, besluit Buffen.
Weuthen verhandelt jaarlijks 2 miljoen ton aardappelen, waarvan 75% fritesaardappelen.
Bron: Boerderij

