Aardappel trekt Chinezen in Dingxi uit de armoede
De aardappel is een belangrijke inkomstenbron geworden voor het arme district Dingxi in China. Het gewas heeft een aandeel van 45 procent in het gemiddelde inkomen. De aardappel dringt de armoede in het Chinese district Dingxi terug.
Het is een van de belangrijkste inkomstenbronnen geworden, blijkt uit een artikel in het Chinese weekblad Beijing Review. Dat is een groot verschil met ruim dertig jaar geleden. In 1982 betitelde de wereldvoedselorganisatie FAO Dingxi nog als een regio die ongeschikt is voor menselijke bewoning, gezien de onvruchtbare grond en het
droge klimaat. Dingxi ligt in de provincie Gansu in Noord-China. Het district heeft 119.000 hectare grond geschikt voor akkerbouw. De aardappel is het belangrijkste gewas geworden. De overheid stimuleert niet alleen de aardappelteelt, maar ook de verwerking. Er wonen 371.000 mensen in Dingxi. In 2011 leefde 41,3 procent van de mensen onder de armoedegrens van 2.300 yuan (€ 330) per jaar die de overheid hanteert. In 2014 was dat gezakt naar 22,9 procent. Het gemiddelde inkomen steeg vorig jaar naar 4.620 yuan (€ 663). Ambtenaar Jia Junfeng schat dat de aardappel goed is voor een bijdrage van 2.100 yuan (€ 301) in het gemiddelde inkomen. "Dat is een aandeel van 45 procent. Het district verkocht vorig jaar voor $ 33 miljoen (€ 29 miljoen) aan aardappelproducten. Die gingen naar andere delen van China, de VS, Brazilië, de Verenigde Arabische Emiraten en Kazachstan." In het district staan inmiddels zo'n duizend kassen om ziektevrije miniknollen te produceren. Die leveren na Vermeerdering het pootgoed voor de consumptieteelt, zegt directeur Hu Hanmin van een proefboerderij. "De gemiddelde hectareopbrengst ligt in China op 14.400 kilo aardappelen. De opbrengst in Dingxi bedraagt nu 45.000 kilo per hectare dankzij het gebruik van ziektevrij pootgoed." Volgens Hu Hanmin houden de boeren een derde van hun aardappeloogst als voedsel of als pootgoed voor het volgende jaar. Een derde wordt als verse aardappel verkocht. Een derde gaat naar verwerkers, zoals het in 1999 opgerichte Gansu Jupeng Food. Het bedrijf behaalde vorig jaar een omzet van 90 miljoen yuan (€ 13 miljoen). Daarvan is twee derde gerealiseerd door de export van aardappelproducten naar landen buiten China. In 2007 startte Gansu GLdark Potato Modified Starch met het verwerken van aardappelen tot zetmeel. Het boekte in 2014 een omzet van 500 miljoen yuan (€ 72 miljoen). De aardappelverwerkers zorgen er niet alleen voor dat de boeren hun aardappelen kunnen afzetten tegen een redelijke prijs, ze zorgen ook voor werkgelegenheid en helpen zo mee de armoede in Dingxi verder te verdrijven. Bron:Boerderij

