Voorjaar 2022 kwam ondanks de ineens mooie weken wat aarzelend op gang. Op zand pas nadat de grond wat kon opwarmen. Op de (zwaardere) klei zat een vaak vochtige ondergrond een bliksemstart in de weg. Maar nu gaat het hard.
Als ze bij mestdistributiebedrijf Gebr. Dekker in Lekkerkerk genoeg chauffeurs hadden met goed gevoel voor dit werk zouden ze deze weken tot laat in de avond doorwerken, liever ook nog ’s nachts . Sowieso is voorjaar qua mest voor het bedrijf een hectische periode, waarbij de melkveehouders in de Krimpenerwaard en de akkerbouwers in de Hoeksche Waard om voorrang strijden. Maar nu de kunstmeststikstof zo duur is, is het extra druk. “De akkerbouw vraagt nu veel”, vertelt Pieter Dekker, “doe maar enkele vrachten extra, hoor ik heel de dag.”
Aan de Stougjesdijk in Oud-Beijerland in de Hoeksche Waard (Z.-H.) rijdt loonbedrjf Dekker uit Lekkerkerk runderdrijfmest uit op wintertarwe. Het bedrijf zit qua mestdistributie in een hectische periode. Pieter Dekker spreekt van een vroeg voorjaar, waarbij nog eens komt dat vanwege de dure kunstmeststikstof akkerbouwers vragen om meer dierlijke mest. “Doe nu maar een paar vrachten extra, zeggen ze dan.”
Daardoor en door de duurdere diesel moet nu per kuub €1 à €2 worden betaald; voorheen kreeg de akkerbouwer dat bedrag toe.
Met het zonnige weer kwam het voorjaarswerk weer wat verder op gang. Bieten, uien en soms ook al aardappelen gingen in het zuiden de tweede week van maart al de grond in. Daarna en zeker vorige week werd het al drukker op het land, al barstte het voorjaarswerk nog niet echt los. De bovenste centimeters droogden namelijk wel snel grijs op, maar de ondergrond was, zeker op de zwaardere klei, nog niet voldoende droog om er op aan de slag te gaan. Bovenop is het verschrikkelijk droog, op 10 centimeter diepte is de grond nogal pek”, vertelt akkerbouwer Jan Veraart in Dinteloord. Een collega van een paar kilometer verderop spreekt van ‘stof bovenop’. Cambridgerollen en (packer)walsen worden tevoorschijn gehaald om te zorgen dat zaad niet droog komt te liggen, maar goed uitsluit bij de vochtiger ondergrond.
Jan Veraart legt op 14 maart in Dinteloord (N.-Br.) een perceel bietenland klaar. Gezaaid heeft hij bijna twee weken later nog niet. “Verschrikkelijk zo droog is het bovenin. Je wilt ook niet het zaad te diep wegstoppen. Eind maart wil ik zaaien, dat is vroeg zat, zo erg is het niet wat te wachten. Voor de week erna geven ze regen af en dan kunnen ze in tien dagen boven staan.” Tegenover de droogte bovenin is de grond op 10 centimeter diepte lang niet droog.
Op verschillende plekken valt de vrees te beluisteren dat veel kleigronden zouden kunnen opdrogen net als in 2020. Toen werden in het hele land toplagen zo hard dat met snelheden van amper 3 kilometer per uur verschillende rotoregbewerkingen nodig waren om op zijn best een grindachtig zaaibed te kunnen klaar leggen. “We waren bang voor weer een dikke harde korst”, vertelt Marcel Tramper van de proefboerderij in Westmaas. “Maar ik moet nu zeggen, het valt mee.”
In zowel het noorden van Groningen als in West-Brabant valt het akkerbouwers die met niet-kerende grondbewerking (nkg) aan de slag zijn gegaan wederom op hoe goed de bouwvoorraad wist met de hevige regen in januari en februari en hoe goed de grond nu valt. Het systeem begint zijn vruchten af te werpen.