• nl NL
  • en EN
  • fr FR
  • Inloggen
De Vries & Westermann Bv
De vries & westermann Bv
  • Aardappelen
    • Nieuws
  • Granen
    • Nieuws
  • Oliezaden
    • Nieuws
  • Suiker
    • Nieuws
  • Melk
    • Nieuws
  • Financieel
  • Diensten
    • Educatie
    • WhatsApp service
    • Nieuwsbrief
  • Contact
    • Inschrijfformulier
    • Wie zijn wij
search

Areaal pootgoed moet op peil blijven

  1. Homepage
  2. >
  3. Aardappelen
  4. >
  5. Aardappelen actueel nieuws
  6. >
  7. Areaal pootgoed moet op peil blijven

Areaal pootgoed moet op peil blijven

  • 3 maart 2023
  • Aardappelen actueel nieuws

De teelt van pootgoed in Nederland heeft toekomstperspectief. Uitdagingen zitten vooral in behoud van het areaal om voldoende kritische massa te behouden. Ruimteclaims en duurzaamheidseisen knabbelen aan beschikbare grond.

Nederland is een heel geschikt land om pootaardappelen te telen, maar er liggen ook uitdagingen waar de sector op in moet spelen. LTO Vakgroep Akkerbouw-voorzitter Tineke de Vries zei vorige maand op de Delphy-pootaardappeldag dat ze voor de teelt van pootgoed in Nederland zeker toekomst ziet.

Nederland beschikt over goede vruchtbare grond en een geschikt klimaat, waardoor een goede kwaliteit pootaardappelen kan worden geteeld. De infrastructuur is goed en de sector beschikt over grote innovatiekracht. Mondiale bevolkingsgroei, schaarste aan hulpbronnen en klimaatverandering bieden volgens De Vries perspectief voor de Nederlandse pootgoedteelt. De markt voor pootaardappelen kan groeien. Uitdagingen zitten in de steeds hogere maatschappelijke en politieke eisen die aan de landbouw worden gesteld en de ruimteclaims die van buiten op landbouwgrond worden gelegd.

Oogst van eersteklas uitgangsmateriaal om direct in kisten. De infrastructuur is goed ingericht op het verwerken en vermarkten van hoogwaardig pootgoed. Om dat in stand te houden is voldoende areaal nodig.

Countus-adviseur Ruthger Steenbeek becijferde dat van het totale Nederlandse aardappelareaal van ruim 160.000 hectare zo’n 27% uit pootaardappelen bestaat. Dat is circa 44.000 hectare. De transitie naar een duurzamere landbouw gaat ten koste van het beschikbare areaal. De eis van 4% niet-productieve grond en bufferstroken kan een effectief productieverlies van 2% betekenen. Ofwel 880 hectare minder areaal voor de teelt van pootgoed.

Ook de nitraateis van maximaal 50 milligram per liter water kan ten koste gaan van het areaal pootaardappelen. De overheid kan een ruimere gewasrotatie met meer rustgewassen verplichten als niet aan deze eis wordt voldaan. Voor pootgoed kan dat betekenen dat een 1 op 3-teelt niet meer kan. Overschakelen op een 1 op 4-rotatie kost volgens berekening van Countus dan zo’n 8% areaal.

Beschikbaar areaal voor pootgoed krimpt

  • Aandacht kan nog groeien
  • Goede grond en infrastructuur
  • Prijs moet mee omhoog

Ruimteclaims voor woningen, industrie, waterberging, natuur en energieparken vragen tot 2050 een kleine 300.000 hectare landbouwgrond. Ofwel ongeveer 17% van het huidige landbouwareaal. Bij een evenredige verdeling over alle teelten betekent dit dat het pootgoedareaal tegen die tijd met zo’n 8.200 hectare is afgenomen.

Steenbeek ziet het echter voor de teelt van pootgoed minder somber in. Hij baseert dat op een kaart van de rijksoverheid met daarop de voorgestelde zonering van het platteland. De belangrijkste pootaardappelteeltgebieden hebben daarop allemaal agrarische productie als hoofdfunctie gekregen. Het is daarom vooral de veehouderij die grond zal moeten inleveren.

De maatschappelijke eisen aan de manier van telen veranderen, dat drukt de marge voor de telers.

Steenbeek schat zelfs in dat de hoeveelheid beschikbare grond voor de teelt van pootgoed voorlopig stabiel zal blijven. Het behoud van areaal is voor de hele sector belangrijk om voor de periferie interessant genoeg te blijven voor investeringen, en om de infrastructuur minimaal op peil te houden of te kunnen vernieuwen.

Een van de andere onzekerheden waar pootaardappeltelers mee te maken krijgen, is de wens vanuit de EU om het middelengebruik tegen 2030 te halveren. De vraag is of dat met alternatieven voldoende is op te vangen. Ook het effect van een extra stikstofreductie in gebieden met een hoge nutriëntenbelasting is nog onzeker. Daarnaast zijn ziektedruk, phytophthora, aaltjes en de vochtvoorziening punten van aandacht.

Marge voor teler onder druk

Een belangrijk aandachtspunt voor een individuele teler zijn de kostenstijgingen, waardoor de marge voor de teelt van pootgoed onder druk komt te staan. Countus-bedrijfsadviseur Erik Arts berekende dat de kostprijs voor pootaardappelen oploopt naar ruim € 34 per 100 kilo. Voor voldoende ondernemersmarge is een opbrengstprijs van zo’n € 37 per 100 kilo nodig. Verlaging van de kostprijs is volgens hem erg lastig, veel rek zit er niet in. De pootgoedhandelshuizen staan daarom voor de uitdaging om een meegroeiende pootgoedprijs te realiseren.

Een analyse van Arts toont dat de kostprijs voor pootaardappelen in de periode 2016-2020 nauwelijks is gestegen, ongeveer 1%. Van € 29,80 per 100 kilo naar € 30 per 100 kilo. De telersprijs voor pootaardappelen lag in die periode op € 30,80. Zo bleef er voor de teler een marge over.

Pootaardappelloof vernietigen door klappen in combinatie met spuiten. Deze methode van loofdoding heeft invloed op de nateelt. Nader onderzoek moet uitwijzen of telers hierop kunnen sturen.

Arts maakte ook de vergelijking met de fritesaardappelteelt. In diezelfde periode lag de kostprijs voor fritesaardappelen op € 18,10 per 100 kilo, terwijl de gemiddelde prijs uitkwam op € 15,80 per 100 kilo. Dat is dus ruim onder kostprijsniveau. De kostprijs voor komend seizoen begroot Countus op € 20,70 per 100 kilo, terwijl de contractprijzen voor bewaaraardappelen daarboven liggen. Bij fritesaardappelen lijkt daarom nu meer marge over te blijven dan bij pootaardappelen.

Het is volgens Arts niet zo dat pootgoedtelers daarom massaal overschakelen op fritesaardappelen, maar telers passen hun strategie wel aan. Op percelen met bijvoorbeeld AM-problemen kiezen telers nu eerder kiezen voor een fritesaardappelteelt met een resistent ras op het hele perceel, dan voor een pootaardappelteelt met lager renderende zetmeelaardappelrassen. Telers die beide gewassen telen, kunnen wat meer richting consumptieteelt kunnen gaan.

Onderzoek om teelt te optimaliseren

Onderzoeksorganisatie Delphy onderzoekt op een eigen onderzoeksplatform methoden om de pootaardappelteelt te optimaliseren. Daarbij kijken ze ook naar mogelijkheden om emissie van gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten te beperken.

  • Een proef met zogenoemde quad planten leverde een meeropbrengst op van een paar ton pootaardappelen per hectare. Volgens onderzoeker Johan Wander waren de uitkomsten statistisch echter niet betrouwbaar. De trend is wel dat deze manier van poten dankzij een hoger knolaantal een meeropbrengst geeft. Bij quad planten worden er twee rijtjes aardappelen in de rug gelegd in plaats van één. Het idee is dat de aardappelplanten zich door een betere verdeling in de rug ook beter kunnen ontwikkelen.
  • In teeltjaar 2022 is een proef met de biostimulant Aphasol opgestart. Dit product is afkomstig uit de pluimveeslachtindustrie en bestaat vooral uit aminozuren. Het helpt tegen hitte- en droogtestress en zorgt voor een effectieve opname van nutriënten. In de proef is het ingezet als stikstofvervanger. De stikstofgift is verlaagd van 81 naar 41 kilo per hectare en in plaats daarvan is Aphasol toegediend. Aphasol had geen effect op het knolaantal, maar vergeleken met de referentie wel een positief effect op de opbrengst. Dat was niet voldoende om de lagere stikstofgift te compenseren. Vervolgonderzoek moet uitwijzen hoeveel de stikstofgift omlaag kan.
  • Al drie seizoenen loopt een proef met rijenbemesting met rundveedrijfmest, gefinancierd door Provincie Flevoland en Actieplan Bodem en Water. De vraag is of de stikstof uit mest zo beter benut wordt en of de perceelsemissie lager uitkomt. Naast een standaard bemestobject wordt een volveldstoediening voor het poten met een halve dosering vergeleken. Daarbij wordt de mest voor het poten in de rij onder de poters gebracht. Het gaat om een gift van 28 ton drijfmest volvelds en 14 ton per hectare als rijenbemesting. In beide situaties is dezelfde hoeveelheid stikstof met kunstmest aangevuld. Een halve dosering drijfmest gaf in de proeven een iets lager knolaantal en een iets lagere opbrengst dan de volvelds volle dosering. Tussen de standaardbemesting en de volveldstoediening van drijfmest zijn nauwelijks opbrengstverschillen gevonden.
  • Een ander interessant meerjarig onderzoek is dat naar het effect van de loofdoodsnelheid op het knolaantal in de nateelt. Een snelle loofdoding is gedefinieerd als klappen en spuiten in één werkgang en een langzame als drie keer volvelds spuiten met intervallen van 5 tot 6 dagen. Het eerste jaar had een snelle loofdoding een duidelijk positief effect op het aantal knollen per plant in de nateelt. Het tweede jaar is geen effect gevonden. Wander vraagt zich daarom af wanneer een snelle loofdoding positief werkt op de nateelt en of telers daarop kunnen sturen. Seizoensinvloeden spelen hierin mogelijk een rol. Meer onderzoek is nodig om hier meer zicht op te krijgen.
Bron Boederij

ADVERTENTIES

Weer