Artikel 5
Met de stoppersregeling vermindert het aantal varkens niet.
Het eind is in zicht van het lang slepende ammoniakdossier. Bij nieuwbouw is er geen discussie: investeren in emissiebeperking, meestal in luchtwassers. Bijkomend voordeel: de stank is ook grotendeels weg.
Voor bedrijven die onder het Besluit Huisvesting vallen is de zaak ook duidelijk: voor juli 2013 moet het bedrijf emissiearm zijn. Dat is vaak al geregeld via nieuwbouw en uitbreiding.
Resteert alleen nog de groep kleinere bedrijven. Ook die moeten emissiearm zijn vanaf juli 2013, maar daar is een prachtige uitweg voor. Onder 3.000 vleesvarkens of 750 zeugen biedt de stoppersregeling soelaas. Een simpele melding bij de gemeente (wél voor 1 juli) volstaat. Daarna is met simpele (voer)maatregelen in combinatie met lagere bezetting of tijdelijke leegstand door te boeren tot 2020 zonder grote investeringen.
De regels zijn duidelijk, maar of ze zijn te handhaven? Achter elke boer een ambtenaar die wekelijks de varkens telt? Dit wordt een geval van Artikel 5: door de vingers zien tot het bedrijf stopt, zolang het op papier maar klopt. Want tijdelijke leegstand, daar geloof je toch niet in? Ik moet de eerste varkenshouder nog tegenkomen die de verleiding van een leeg hok kan weerstaan. Dus ligt het voor de hand dat de varkensstapel nauwelijks krimpt door ‘2013’.
Je kunt nu al zien aankomen dat rond 2018 het hele circus opnieuw begint. Dan zal de roep klinken voor verlenging van de termijnen. Begrijpelijk, en daar is ook niks mis mee. Deze gedoogregeling stelt Brussel tevreden en voorkomt kapitaalvernietiging. Wie met een te klein bedrijf toch nog slagen wil maken, investeert wel in luchtwassers. Wie geen slagen maakt, stopt uiteindelijk toch. Of dat nu in 2020 of 2030 is, wat maakt het uit. Uiteindelijk worden op het gros van de te kleine bedrijven de stallen gesloopt of krijgen ze een andere bestemming. Het kost niemand wat, rust op het platteland. Eind goed, al goed.
Bron Boerderij

