Britse ban EU-pootgoed nadelig voor Nederland
De Britse ban op pootgoed uit de Europese Unie is nadelig voor de handel en teelt in pootgoed in zowel Europa als het Verenigd Koninkrijk. De oplossing daarvoor moet komen, geeft minister Tom Bruijn van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking aan, uit onderlinge afspraken tussen de EU en het VK.
Het verbod op de handel in pootgoed is een politieke keuze. Het is het gevolg van de Brexit en geen technische kwestie, geeft Bruijn aan in antwoord op Kamervragen van VVD-er Jan Klink. Van de handel in pootgoed tussen de EU en het VK worden geen officiële statistieken bij gehouden.
Uit cijfers afkomstig van de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) blijkt dat de EU naar schatting jaarlijks een.25.000 tot 30.000 ton aardappelpootgoed naar het VK exporteerde. Een belangrijk deel daarvan komt uit Nederland. Omgekeerd wordt ook een vergelijkbare hoeveelheid jaarlijks vanuit het VK geïmporteerd in de EU.
Impact niet exact in beeld
Het is niet bekend wat de financiële impact is van het wegvallen van deze goederenstromen voor Nederlandse telers, hun coöperaties en de handelshuizenbedrijven, aldus Bruijn van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking. Om de financiële schade te beperken kunnen gedupeerde bedrijven gebruik maken van de bestaande faciliteiten vanuit Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Zo zijn er bijvoorbeeld de Brexitvouchers, waarmee advies kan worden ingewonnen voor het aanboren van nieuwe markten. Ook worden de mogelijkheden onderzocht of vanuit de Brexit Adjustment Reserve een Brexit-gerelateerd internationaliseringsprogramma voor gedupeerde bedrijven kan worden opgezet. De Brexit Adjustment Reserve is een fonds van de EU ingesteld om de negatieve gevolgen van de Brexit voor het bedrijfsleven te compenseren.
Bron: Nieuwe Oogst

