De graancyclus is een feit en dwingt tot hechte band tussen boer en contractgever.
De huidige stemming in de akkerbouw vertoont veel overeenkomsten met de stemming eind 2007. Ook toen raakte de sector in vervoering door de fors gestegen gewassenprijzen. De prijs van voertarwe bijvoorbeeld lag met zo'n €254 per ton 74 procent hoger dan in 2006.
De hoge graannotering sleurde de overige gewassen in haar kielzog mee. De reden was de stijgende vraag gecombineerd met een wereldwijde matige tot slechte oogst. Mondiaal was sprake van toenemende vraag naar graan door de economische groei in een land als China en de druk van biobrandstof.
Door de sterk gestegen graanprijzen sloegen de akkerbouwers massaal aan het rekenen bij de invulling van het bouwplan voor 2008. Graan was niet langer een dweil- of vruchtwisselingsgewas. Lastige en laagrenderende contractteelten als graszaad en peterselie werden gedumpt ten gunste van graan. En er werd minder aardappelen en koolzaad geteeld.
Dat deden echter niet alleen akkerbouwers in Nederland; wereldwijd werd elke vierkante meter vruchtbare grond ingezaaid. En daarmee was de hallelujastemming van korte duur. Eind 2008 stonden de akkerbouwers weer met beide benen op de grond. Behalve de psychologische effecten van de financiële crisis op de prijsvorming temperde vooral de sterk gestegen graanproductie de marktstemming voor akkerbouwproducten.
Net als in 2007 zijn er opnieuw sterke argumenten om in de contracten voor de teelten van 2013 substantieel hogere prijzen te bedingen. Maar nu de graanversie van de varkenscyclus zich helder manifesteert, moeten zowel de telers als de contractgevers hierbij verder kijken dan alleen naar 2013. Er mag best wat meer ‘in voor- en tegenspoed’ in de onderlinge verhoudingen. Contractgevers adverteren maar wat graag over de zegeningen van langetermijnrelaties met boeren. Het zou goed zijn als ze zich hieraan ook conformeren voor als de graancyclus straks weer over zijn piek is.
Bron: Boerderij

