‘Eerder meer dan minder vrije aardappelen ‘

Volgens Rabobank beperken hogere duurzaamheidseisen voor aardappeltelers hun vrijheid op de frietmarkt. Richting 2030 hebben verwerkers namelijk duidelijke ambities om klimaat- en milieu-impact verder te verlagen. Door specifieke certificeringseisen zal de relatie tussen telers en verwerkers steeds vaster worden.
Tegelijkertijd constateert Rabobank ook dat verwerkers de telers van consumptieaardappelen nodig hebben, vertelt sectormanager Gea Bakker. „In Nederland is er geen ruimte meer voor groei van areaal, en ook in België staat (verdere) groei van het areaal onder druk. Als Nederlandse verwerkers de aardappelen veel verder weg in Europa moeten inkopen, komt dat op gespannen voet te staan met de eigen duurzaamheidsambities.”
Doorgroeiende verwerkingscapaciteit
Er is veel gaande op de frietaardappelmarkt. Zo voorspelbaar als de teelt van frietaardappelen door de contracten en het grote aandeel op het totaal in de markt was, zo onvoorspelbaar is het nu geworden. Als gevolg van de coronapandemie kwam er abrupt een einde aan de voortdurende groei van het areaal, en moesten er noodgedwongen minder in plaats van meer frietaardappelen worden gecontracteerd. In 2021 pakte het frietaardappelareaal in de zogenaamde EU 4 maar liefst 10 procent kleiner uit dan in 2020.
Maar deze crisis heeft niet geleid tot bijstelling van de groeiambities die de frietverwerkers hebben. De groei van de wereldbevolking impliceert immers een voortdurend toenemende vraag naar frietaardappelen. Jaarlijks zal de verwerkingscapaciteit in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, België en Nederland met 5 procent groeien. Van ruim 16 miljoen ton in 2020 naar mogelijk 19, misschien wel 20 miljoen ton in 2025, vermoedt Q Potato Holland.
Bovendien is de kostprijs tijdens de coronacrisis fors gestegen. Q Potato-directeur Dirk van der Water verwijst naar NAV-cijfers, die de kostprijsstijging begroten op 4 tot 4,5 eurocent per kilogram, van 15 naar 19,5 eurocent (exclusief beregeningskosten).
DCA: geen aanbodmarkt meer
Niet voor niets breken verwerkers de contractprijzen de laatste weken tussentijds open, schrijft directeur Kees Maas van het gespecialiseerde marktbureau DCA in een blog op boerenbusiness.nl. Hij constateert dat de tijd waarin nauwelijks verschillen in contractprijzen tussen verwerkers waarneembaar waren, is geweest. De frietaardappelmarkt is volgens DCA veranderd van een aanbodmarkt in een vraagmarkt. Volgens Maas is de tijd aangebroken om als telers de krachten te bundelen, en in plaats van te kiezen voor zekerheid van contracten (voor het overgrote deel van de opbrengst), nu te gaan voor opbrengstprijsmaximalisatie.
Dalende trend hectareopbrengst
Bovendien staat het aanbod niet alleen als gevolg van de coronacrisis onder druk, maar er is ook een langjarige dalende trend van de hectareopbrengsten gaande. Dit ondanks de dominantie van een aardappelras als Fontane, dat hoog scoort in hectareopbrengst. Weersextremen, maar ook te intensieve bouwplannen van Nederlandse telers, drukken de hectareopbrengsten. In de toekomst ligt het voor de hand dat deze trend aanhoudt vanwege de Europese Farm to Fork-strategie, die een forse reductie van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest betekent.
Weliswaar vindt er vernieuwing plaats door de komst van nieuwe rassen, maar dat weegt waarschijnlijk niet op tegen de opbrengstderving als gevolg van minder effectieve gewasbescherming, zegt Q Potato Holland-directeur Dirk van der Water. Daarom komt er op korte termijn volgens hem eerder meer dan minder ruimte voor telers van vrije aardappelen. „Verwerkers hebben de vrijemarktwerking nodig om schommelingen in het aanbod op te vangen. Verwerkers en telers hebben elkaar nodig. Verwerkers moeten de kostprijsstijgingen doorberekenen aan de retail, en via de consument moet de winst weer bij de teler terechtkomen.”
Duurzaam telerscollectief
Ook sectormanager Gea Bakker van Rabobank benadrukt dat telers en verwerkers niet zonder elkaar kunnen. „Onze visie op de frietaardappelmarkt gaat vooral over de langere termijn, richting 2030. Aardappeltelers hebben de kans om zelf het initiatief te nemen en collectief een duurzaamheidslabel te ontwikkelen dat voldoet aan de ambities van de industrie en de wensen van de maatschappij. Om wildgroei te voorkomen moet het label gekenmerkt worden door uniformiteit, gebruiksgemak en erkenning door alle marktpartijen in Noordwest-Europa.”
Bron: Akkerwijzer

