‘Fritesaardappelen: aanbodmarkt wordt vraagmarkt’
Uitbreidende aardappelverwerkers vragen meer aardappelen, maar waar moeten die vandaan komen?
Als je de laatste tijd de landbouwbladen leest, zie je dat de aardappelverwerkende industrie moeite heeft om voldoende contracten af te sluiten om de fabrieken te vullen. De verschillende verwerkers doen moeite om elkaar de loef af te steken met het verhogen van de contractprijzen. Dit tekort is gedeeltelijk een gevolg de afgelopen coronaperiode waarin de productie van aardappelen en aardappelproducten verminderd is. Volgens mij is het ook wel iets wat je kon zien aankomen.
Meer hectares aardappelen zijn nodig
Ik ben eens teruggegaan in mijn archieven en kwam een column tegen die ik in januari 2017 voor Potato world, de Engels versie van het blad Aardappelwereld, heb geschreven. Op dat moment werd in Nederland zo’n 3,8 miljoen ton en in België zo’n 4,0 miljoen ton aardappelen gebruikt voor de productie van frites en andere bevroren aardappelproducten. Tegelijkertijd was er op dat moment een uitbreiding van zo’n 2 miljoen ton productiecapaciteit gepland.
Sindsdien is de verwerking in Nederland zo’n beetje gelijk gebleven en is de productie in België met een miljoen ton toegenomen tot meer dan 5 miljoen ton afgelopen jaar. Als je dit doorrekent en je gaat voor het gemak uit van een opbrengst 50 ton aardappelen per hectare, dan was in 2021 20.000 hectare extra nodig voor de teelt van de extra verwerkte aardappelen. Daarbovenop heb je nog zo’n 2.000 hectare nodig voor het pootgoed van deze teelten.
Meer productie vraagt meer aardappeltelers
Het uitbreiden van de productiecapaciteit gaat nog steeds door. McCain opent een derde lijn in Lelystad, Farm Frites breidt uit in Lommel net over de grens, LWM breidt uit in Kruiningen, Aviko heeft pas een nieuw locatie in België geopend en Clarebout is van plan dit te doen. De vraag naar grond voor fritesaardappelen zal dan ook toenemen de komende tijd. Ik vraag me wel af waar deze uitbreiding moet gaan gebeuren? In Nederland is geen ruimte om uit te breiden vanwege de nauwe rotatie en concurrentie van de pootgoedteelt. Krap 33% van de akkerbouwgrond staat met aardappelen en iedere uitbreiding zou intensivering betekenen, terwijl het beleid juist op het tegengestelde is gericht. Dus moet men voor uitbreiding richting België en Noord-Frankrijk, waar de teelt van aardappelen het laatste decennium ook al flink is gegroeid en dus meer moeite gedaan zal moeten worden om extra telers te vinden.
Afzetstrategie telers en binden leveranciers concurreren met elkaar
De huidige tarweprijs van meer dan 25 cent zal dit zoeken niet simpeler maken. In het verleden heb ik wel eens geschreven dat de enige oplossing een hogere hectareopbrengst is. Technisch is dit nog goed mogelijk, maar de plannen van Timmermans en consorten zullen eerder het tegenovergestelde bewerkstelligen.
Het lijkt erop dat de markt voor fritesaardappelen aan het veranderen is van een aanbodmarkt naar een vraagmarkt. Voor telers is dit het moment om na te gaan denken over een toekomstige afzetstrategie en voor verwerkers om na te gaan denken hoe ze telers zodanig aan zich kunnen binden dat ze ook in de toekomst de fabrieken gevuld kunnen houden.
Bron: Boerderij

