Synagra pleit voor soepeler bemestingregels wintergranen
dinsdag, 16 september 2014 – Redactie Landbouwleven
Synagra, de beroepsfederatie van de Belgische graanhandel, heeft zowel kwantitatief als kwalitatief een evaluatie opgemaakt van de Belgische graanoogst. Daarbij heeft ze vastgesteld dat de eiwitniveaus dit jaar bijzonder laag liggen. “Zoals in andere landen (Frankrijk, Duitsland, Denemarken …) stellen we vast dat het eiwitniveau van de granen de laatste jaren in dalende lijn evolueert. Ook in Frankrijk werd de kwaliteit van de tarwe op de termijnmarkt Euronext aangescherpt tot minimaal 11% eiwit en 220 Hagberg om de exporten niet in het gedrang te brengen”, zo stelt Synagra.
Ze kijkt daarvoor o.m. naar de strenge normen omtrent de stikstoftoediening en wijst er op dat de daling van het eiwitgehalte de import van soja evenredig doet toenemen en de daling van de opbrengsten door een gebrek aan meststoffen de vraag naar de import van substitutieproducten doet stijgen. “In Denemarken werd een daling van het eiwitgehalte van tarwe en gerst van 11,5% in 1990 naar 8,5% in 2012 vastgesteld en een verhoging van de import van soja met 25%. Volgens studies zou als gevolg van de toepassing van de Europese nitraatrichtlijn de Deense landbouw aldus 200 tot 400 miljoen euro mislopen” aldus Synagra.
Kijkend naar de Vlaamse situatie merkt de organisatie op dat in Vlaanderen de huidige normgeving voor tarwe gevolgd door een vanggewas een maximale bemesting van 170 E stikstof uit vloeibare mest toelaat en 95 E uit minerale meststoffen. “Wetende dat tarwe 25 E/ton opneemt en regelmatig opbrengsten gehaald worden van 10 à 11 ton, heeft tarwe 262 E stikstof nodig om zijn opbrengst en eiwit te maximaliseren. 170 E vloeibare mest met een werkingscoëfficiënt van 60%, levert, samen met de maximaal toegelaten minerale meststof van 95 E, 197 E stikstof op, wat staat tegenover een behoefte van 262 E.”
“Gezien de drijfveer van vele boeren nog altijd is om zoveel mogelijk dierlijke mest aan te wenden, zijn er cultuurtechnische problemen om opbrengst en kwaliteit te maximaliseren”, aldus Synagra. De organisatie is dan ook voorstander van een oordeelkundige, cultuurtechnisch optimale bemesting naargelang de behoeften van de plant met beheersing van de milieurisico’s. “Daartoe zou in MAP5 een versoepeling van bemestingsdosis per perceel moeten toegelaten worden. Het initiatief en beleid van de stikstofbemesting moet dan ook meer aan de boer overgelaten worden. Hij moet met zijn mesthoeveelheden kunnen schuiven over de percelen heen zonder dat de totale hoeveelheid, die op alle percelen samen wordt toegediend, de norm overschrijdt.”
Dit zou volgens Synagra een betere oplossing zijn dan de zwarte piet door te schuiven naar de minerale meststoffensector. “De prijzen van de meststoffen verplichten de boer immers zuinig en beredeneerd om te gaan met het gebruik. Ook zal een aangifte door de lokale kunstmeststoffenhandelaars en/of producenten geen oplossing bieden om het totale gebruik in kaart te brengen zolang op Europees vlak geen registratieverplichting geregeld is. “Het kan er alleen toe leiden de meststoffenhandel naar de omringende regio’s te laten verhuizen”, zo waarschuwt Synagra nog
dinsdag, 16 september 2014 – Redactie Landbouwleven
Synagra nog.Bron:Landbouwleven

