Telers kunnen aardappelmarkt weer in balans brengen
Welk aardappelareaal biedt uitzicht op redelijke prijzen? Producentenorganisatie POC denkt dat volgend jaar een inkrimping nodig is van 15%. De prijs van de vrije fritesaardappelen is door de gevolgen van de coronacrisis naar een dramatisch dieptepunt …
gezakt. De prijs vergoedt nog geen 20% van de kostprijs. Het coronavirus kon niemand voorzien, dus ook het wegvallen van een deel van de fritesmarkt was niet te voorzien. Het is nu voor de telers belangrijk om een inschatting te maken van de nieuwe situatie op de fritesmarkt om te kijken hoe zij daarop moeten reageren. De Producentenorganisatie Consumptieaardappelen (POC) is van mening dat de teler zelf de mogelijkheid in handen heeft de markt weer in balans te brengen. De gevolgen van de wereldwijde coronacrisis werden pas duidelijk in de loop van maart 2020, precies in de periode dat de aardappelen voor seizoen 2020 de grond ingingen.
Dat het uitgeplante areaal op niveau is gebleven, is wel te begrijpen. Al vrij snel werd duidelijk dat de markt voor het ‘buiten de deur frites eten’ grotendeels wegviel. Alleen al voor Nederland leek 1 miljoen ton fritesaardappelen niet meer te kunnen worden verwerkt. Een tweede moment om de hoeveelheid aardappelen aan de nieuwe situatie aan te passen, is aan het begin van het bewaarseizoen door direct het verwachte overschot uit de Hanse uit Zierikzee kreeg wel veel aandacht, maar het enthousiasme onder telers en telersorganisaties om het ook daadwerkelijk op te pakken, was niet groot. Het gevolg hiervan is wel dat de prijs van de vrije fritesaardappelen in seizoen 2020/’21 laag zal blijven.
Eén kanttekening moeten we hierbij wel maken: op dit moment (eind oktober) moet een aanmerkelijk deel van de bewaaraardappelen nog gerooid worden. Een volgend moment om de markt te beïnvloeden is het plannen van het areaal voor 2021. Deze mogelijkheid lijkt meer enthousiasme te ontmoeten. Zowel Verenigde Telers Akkerbouw (VTA) als de Noordwest-Europese telersorganisatie NEPG en Guy Depraetere van ABS in België hebben een oproep gedaan het areaal voor 2021 te beperken.
Nu is de vraag: bij welk areaal komt er weer evenwicht in de markt? De POC doet een poging om hier zicht op te krijgen. Voor de EU-5 gebruiken we hierbij de data van de NEPG. De laatste jaren is het areaal in de vijf belangrijkste aardappelteeltgebieden in Noordwest-Europa (Frankrijk, Duitsland, België, Groot-Brittannië en Nederland) al aan de grote kant voor kostendekkende prijzen. In 2017 viel dit samen met een bovengemiddelde opbrengst, met een dramatische prijs als gevolg. In 2018 was door de gortdroge zomer de gemiddelde opbrengst in de EU-5 met 41,0 ton per hectare ver beneden het 5-jarig gemiddelde van 45,5 ton per hectare en was daardoor de prijs prima. De droge zomer van 2019 zorgde weer voor een beneden gemiddelde opbrengst (43,2 ton per hectare). Zonder corona was de prijs op de vrije markt waarschijnlijk iets onder de kostprijs gebleven.
De gemiddelde notering van PotatoNL was tot eind februari € 13,85 per 100 kilo. En de kostprijs in maart is circa € 18 per100 kilo (bron: NAV). Dus de oogst van 27 miljoen ton in de EU-5 in 2019 was iets te groot voor goede prijzen. Zonder corona zouden we moeten streven naar een iets kleinere oogst van circa 26 miljoen ton om de markt enigszins in balans te brengen. Het areaal was al te groot, maar nu hebben we wel corona, welke invloed heeft dat? De verwerkingscapaciteit van de fritesindustrie in de EU-5 is circa 15 miljoen ton en de verwachting is dat die voorlopig op 85% zal draaien. Dan hebben ze 2 miljoen ton minder nodig dan normaal. We zouden dus een areaal aardappelen moeten telen dat een oogst van 24 miljoen ton oplevert. Het 5-jarig gemiddelde in de EU-5 is 45,5 ton per hectare. Bij die opbrengst kom je op een areaal van 527.000 hectare. Het areaal in 2020 is 622.000 hectare.
Om volgend jaar weer kans op redelijke prijzen te hebben, denkt de POC dat het areaal in de EU-5 100.000 hectare (15%) moet krimpen. Dit is een forse krimp en heeft op de telers een grote impact. Maar voor 3 cent een deel van je aardappelen telen, houdt ook niemand vol. Natuurlijk weten we dat in Noordwest-Europa de weersomstandigheden sterk kunnen variëren en dat dit een grote invloed heeft op de uiteindelijke opbrengst. Het weer heeft de teler niet in de hand, het areaal wel. Als we het areaal niet aanpassen kan alleen het weer (grote droogte) er voor zorgen dat het goed komt. Door het areaal aan de situatie aan te passen, wordt de kans op redelijke prijzen aanmerkelijk groter.
Bron: Food + Agribusiness

