USDA rapport is flauw, maar fysieke markt zorgt voor voldoende steun
In aanloop naar het USDA rapport stegen de noteringen van tarwe in Parijs nog wat verder. De vaste fysieke markt zorgt voor de vaste stemming op de markt, wat verder ondersteund wordt door alle berichten omtrent de productie-problemen wereldwijd.
Om 14.30u kwam het rapport weer naar buiten. Heel kort samengevat een rapport dat flauw was. Hogere eindvoorraden in zowel soja, mais als tarwe in de VS en wereldwijd. De koersen in Chicago lieten ook een duidelijke reactie zien op de prijzen en gingen naar beneden. Tarwe in Parijs vormt de uitzondering en de reden moet dus gezocht worden in de fysieke markt.
Deze week was het verder een aaneenschakeling van berichten in alle productie gebieden. In Australië wordt een kleinere oogst verwacht, zo’n 20,5mln ton dit jaar, terwijl dit vorig jaar ongeveer 28 miljoen was. Ook de weersomstandigheden in Zuid-Amerika zorgen voor verlaagde oogstprognoses in Brazilië en Argentinië voor de verschillende gewassen.
De start in de VS van de wintertarwe is ook slecht. Droge omstandigheden tijdens het zaaien zorgt er voor dat de stand van de gewassen sinds 1976 niet meer zo slecht was, maar als we één ding hebben kunnen leren dit jaar dan is het wel dat te vroeg conclusies trekken vaak niet goed is. Feit is wel dat er een mindere start is en de groeiomstandigheden de rest van het seizoen wel goed moeten zijn om deze achterstand in te gaan lopen.
Al met al weer een positieve week op de graanmarkten, waarbij de motor voor de tarwe en maismarkten duidelijk in Europa ligt en Chicago zich vaak aan Parijs kon optrekken in plaats van andersom. Waar het vorig jaar aan het einde van het seizoen vaak al zoeken was naar graan in Europa kan dat dit seizoen al eerder gaan spelen doordat het Zwarte Zee-gebied minder kan exporteren en dit deels door Europa opgevangen is en zal gaan worden.
Rene van Zandwijk

